Algemene informatie

Het Kameroen schaap is een gedomesticeerd dier, en geen wild dier zoals bijvoorbeeld de leeuw (Panthera leo). Gedomesticeerde dieren zijn dieren die door selectief kweken door mensen zich hebben aangepast aan een leven in de nabijheid van en in dienst van mensen. En aan deze mensen producten leveren, bijvoorbeeld melk, vlees, eieren en wol. Of diensten, bijvoorbeeld gebruik als rijdier en voor het trekken van de ploeg op akkers. Ook gedragen gedomesticeerde dieren zich tam naar mensen. Bij deze dieren zit de tamheid dan ook in de genen. Het gevolg is dat wanneer gedomesticeerde dieren nakomelingen krijgen, de nakomelingen de tamheid van hun ouders erven. En deze nakomelingen geven als volwassen dieren hun tamheid weer door aan hun nakomelingen. Het woord “gedomesticeerd” is dan ook afgeleidt van het Latijnse woord “domus”, dat “huis” betekent. Bij getemde wilde dieren, bijvoorbeeld getemde leeuwen, is er geen sprake van tamheid in de genen. Dat betekent dat de nakomelingen van getemde leeuwen, anders dan hun ouders, niet vanuit zichzelf tam zijn. Nakomelingen van getemde wilde dieren moeten dus opnieuw tam worden gemaakt, hun nakomelingen ook weer, enzovoort. Een getemd wild dier is dus geen gedomesticeerd dier. 

Het Kameroen schaap komt oorspronkelijk uit West-Afrika. Tot de tweede helft van de negentiende eeuw kwam het Kameroen schaap alleen daar voor. Sindsdien werden Kameroen schapen vanuit West-Afrika naar Duitsland en Frankrijk verhandeld, en van daaruit naar de rest van de westerse wereld. In de westerse wereld is in de tweede helft van de negentiende eeuw namelijk het houden van schapen omdat dat leuk is om te doen (voor de hobby dus) ontstaan. Voor die tijd bestond die hobby nog nergens in de wereld. In de negentiende eeuw is door westerse mensen de naam “Kameroen schaap” verzonnen, als verwijzing naar een van de landen waar dit schapenras oorspronkelijk vandaan komt: het land Kameroen. In West-Afrika staat dit schapenras bekend onder zijn oorspronkelijke naam “Djallonké”. Deze naam is afkomstig uit de Afrikaanse taal Fula 

Het Kameroen schaap wordt in West-Afrika gehouden voor het vlees en de huid. De huid wordt in West-Afrika gebruikt om daar bijvoorbeeld sandalen van te maken. Dit schapenras wordt niet voor de wol gehouden, want wol heeft hij niet. Dat komt omdat West-Afrika een tropisch klimaat heeft, en in een tropisch klimaat kunnen schapen met wol niet overleven. Daarom heeft het Kameroen schaap in plaats van een vacht van wol een vacht van haar. Buiten West-Afrika wordt het Kameroen schaap heel weinig voor het vlees en de huid gehouden, omdat buiten West-Afrika voor vlees en huid andere schapenrassen worden gebruikt. Het Kameroen schaap wordt buiten West-Afrika vooral gehouden door schapenhobbyisten thuis, op kinderboerderijen, en in dierentuinen. Kameroen schapen worden buiten West-Afrika door deze drie partijen gehouden omdat het Kameroen schaap buiten West-Afrika geen algemeen voorkomend huisdier is, en het daarom interessant wordt gevonden om dit schapenras te houden en tentoon te stellen. Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw wordt het Kameroen schaap ook buiten de westerse wereld steeds vaker voor de hobby gehouden.     

Het Kameroen schaap eet planten en is daarmee dus een planteneter. In alle landen waar het Kameroen schaap wordt gehouden eet het schapenbrokken, grassen, hooi, kruiden, bladeren en twijgen van struiken en van bomen.  

Kameroen schaap

Cameroon sheep
Ovis ammon f. aries

Waarom geeft dit schaap geen wol?

Adopteer een eigen Kameroen schaap!

Wil je één of meerdere Kameroenschapen adopteren?
DAN IS DIT JE KANS.

Adopteren

Wist je dat?

  • Bij het Kameroenschaap alleen het mannetje hoorns heeft
  • Een vrouwelijk Kameroenschaap twee keer per jaar lammeren kan krijgen
  • Er van het Kameroenschaap verschillende kleurvarianten bestaan